slogan_vervolg

schop2’t Schop heeft als motto: ‘culinair boeren’

Veehouder Jan van den Broek loopt naar zijn potstal. Zijn grote, witblonde koeien liggen rustig in het stro. Naast één van de koeien soezelt een lichtbruin kalfje in de eerste straaltjes van de lentezon. Vanaf half april controleert Jan vaker op een dag welke koeien een kalfje krijgen. “Ik dacht net, ik ga nog eens kijken of het lukt, ligt ‘ie er al naast,” merkt Jan tevreden op.

Afzet aan huis van makkelijk ras

Op boerderij ’t Schop houdt Jan van den Broek met zijn vrouw Cécile en zoon Niek zo’n 80 vleeskoeien van het ras Blonde d’Aquitaine. Hij koos deze koeien omdat ze makkelijk  zelf kalveren krijgen, en weinig hulp nodig hebben bij de geboorte. En om hun smaakvolle vlees, natuurlijk. Want Jan en Cecile hebben als motto: ‘culinair boeren’. Met een ruime boerderijwinkel waar ze vers vlees verkopen en een grote en nieuwe boerderijkeuken voor kookworkshops doen ze hun naam eer aan. “Biologisch hoort er dan gewoon bij, dat vinden onze klanten vanzelfsprekend. En wij vinden dat leuker.”

schopNauwelijks krachtvoer

De kalveren van de Blonde’s blijven bij de koe. Na twee dagen verlaten moeder en kalf de veilige stal voor de circa 10 hectare weiland rondom de boerderij. De kalveren zogen nog een jaar bij hun moeder, en leren langzaam ook gras en een beetje brokje te eten. Na één jaar gaan de koeien naar natuurgebieden, zoals de ruim 200 hectare van landgoed de Hoevens, die Jan van den Broek met collega’s samen beheert. De dieren grazen daar op de uitgestrekte natuurgraslanden. “Pas in hun vierde levensjaar krijgen ze zelf weer een kalf, en begin te cyclus weer opnieuw.” De koeien en ossen van ’t Schop krijgen overigens geen krachtvoer meer, als ze naar het natuurgebied gaan. “Met grazen en grasklaver plus gehakseld graan groeien onze dieren langzaam en goed. We gebruiken anderhalve ton krachtvoer per jaar voor de moederdieren, dat kan prima.” De dieren worden geslacht op een leeftijd van 4 tot 5 jaar, en alle stieren worden gecastreerd.

Eigen stier

Jan werkt met eigen dekking: dit jaar stier Brutus. “Eind mei, dan mag hij bij de koeien om ze te dekken,” vertelt Jan. “Dan krijg ik vanaf april volgend jaar weer alle kalveren in de lente, en kunnen ze meteen naar buiten. Dat heb ik het liefste.” Naast de runderen deelt Jan ook met de schaapherder in het beheer van de Kempische Heideschapen. Dat is een mooi verhaal voor de klanten in onze boerderijwinkel en boerderijkeuken. “Schapen eten liefst overal het lekkerste. Maar als je natuurdoelen wilt halen, moet je gericht begrazen. Met een herder die in overleg met de boswachter de schapen een bepaalde hoek instuurt, krijgen we de beste resultaten.” De Kempische Heideschapen zijn precies geschikt voor natuurbeheer op de Roovertse Heide, dat grenst aan ’t Schop, of op landgoed de Hoevens. “Ze staan hoog op hun poten en ze hebben een kale buik, dus ze kunnen makkelijk over ruige grassen en riet heenstappen. En in hun losse vacht blijft makkelijk eens een zaadje hangen, zodat ze de biodiversiteit goed bevorderen.”

 
bottom