slogan_vervolg


gertjanVeehouder Gertjan van Tunen van gangbaar naar biologisch

“Je moet als ondernemer de uitdaging voelen”

Het bedrijf was biologisch, hijzelf niet. Gertjan van Tunen startte zeven jaar geleden als bedrijfsleider op ‘De Koningshoeve’, en inmiddels ziet hij zowel de nadelen als de voordelen van biologische veehouderij.

Hoe zet Gertjan Koningshoeve- de Ettingen rond?

De Koningshoeve (vleesvee) en de Ettingen (melkvee) beheren met meerdere vestigingen 420 hectare grond met 200 melkkoeien en 450 Limousin vleeskoeien. Ingeklemd tussen Amsterdam en Haarlem zorgt Gertjan van Tunen, in opdracht van het recreatieschap Spaarnwoude, voor het onderhoud van de groene bufferzone tussen de twee steden. Het stuk van Spaarnwoude beheert Gertjan samen met zijn vijf collega- boeren. Het land werd al jarenlang beheerd zonder het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, want dat wil eigenaar het recreatieschap. De stap naar een biologische manier van beheren, was vijftien jaar geleden dan ook niet zo groot. En de meerprijs aantrekkelijk.

Waar levert hij aan?

De Koningshoeve levert aan Commandeur Eko-Vlees, die de producten doorverkoopt aan supermarkten en horeca. Gertjan zelf had weinig ervaring met biologisch toen hij startte op de Koningshoeve. Het was ook niet de reden dat hij voor dit bedrijf koos: “Ik wilde altijd al een groot bedrijf leiden en op deze manier kon dat. Hiervoor werkte ik bij CRV, het oude CRDelta, en daar weer voor als bedrijfsleider op een melkveebedrijf. Dat was ook de reden dat ze mij vroegen voor deze baan.” Inmiddels is hij zeven jaar bezig en heeft hij een goed overzicht over de voor- en nadelen van biologisch: “Je moet als ondernemer de uitdaging voelen om op je bedrijf biologisch te gaan werken. Puur voor de vleesprijs moet je het denk ik niet doen, want nu de biologische producten bij de supermarkten in de schappen liggen, staat de marge goed onder druk.” Volgens Gertjan ligt dat niet alleen aan de supermarkten: “Wij moeten als biologische boeren het verhaal goed kunnen brengen waarom onze producten duurder zijn. Als ons dat niet lukt, willen de mensen er ook niet meer voor betalen. Waarom hebben wij meer kosten dan de reguliere boeren? Dat moeten we de consument kunnen vertellen.”

gertjan3

Wat gaat goed?

“Als boeren graag willen omschakelen van gangbaar naar biologisch dan kunnen ze dat nu doen,” vindt Gertjan van Tunen. “De markt is ervoor en die is alleen maar groeiende.” Echte grasboeren hebben wat Gertjan betreft de beste kansen. “Je bent als je op een biologische manier werkt, veel meer overgeleverd aan de elementen. Als het gras een keertje niet goed groeit, kan je er niet een bak kunstmest overheen gooien. Maar grasboeren die weten hoe ze dan toch goed gras van hun land kunnen krijgen, die zijn in het voordeel. Bovendien moet je gewoon wat land extra hebben. Als het een jaar wat minder is, moet je dat op kunnen vangen. Even wat kuilbalen van je collega’s kopen, kun je meestal wel vergeten, want als jij weinig hebt, dan zitten zij met hetzelfde probleem. De markt is kleiner dan bij gangbaar. Als je om wilt schakelen, moet je je er eerst goed in verdiepen.”

Wat is lastig?

De omschakeling naar biologisch was voor Gertjan geen moeilijke stap. “Het kan best wel even lastig zijn, maar vooral met vleesvee valt het nog wel mee. Bij melkkoeien is het anders. Die wil je soms wel even tochtig spuiten, maar hormoongebruik is verboden als je biologisch werkt.” Wel vindt de boer dat er soms wat vreemde regels zijn bij de biologische voorwaarden: “We mogen bijvoorbeeld niet twee jaar zomertarwe op hetzelfde stuk zetten, omdat er vruchtwisseling moet zijn. Dat vind ik vreemd. Het is graan! Heel Groningen staat al tientallen jaren vol met graan. Tarwe kan makkelijk een paar jaar op hetzelfde stuk.” Een groter probleem vormt de regel dat alle runderen naar buiten moeten kunnen: “Ons melkvee krijgt natuurlijk weidegang en de zoogkoeien ook. Als de stiertjes na negen maanden bij hun moeder weg gaan, gaan ze echter naar een open front-stal. Ik weet niet of die beesten er wel beter aan toe zijn als ze naar buiten moeten. Dan wordt het een soort paardenbak, want in een gewone weide kan je moeilijk dertig stieren houden. Die stampen de hele boel tot bagger. Bovendien: probeer ze maar eens te pakken te krijgen als ze een paar maanden in een wei lopen en dus minder in contact komen met mensen! Het lijkt me geen pretje.”
Gertjan heeft er inmiddels een hard hoofd in of ze, als de stieren echt naar buiten moeten, wel door kunnen gaan met deze eigen opfok. “En dat terwijl de vraag naar dit vlees enorm is,” aldus Gertjan. Aan de andere kant kan Gertjan ook genieten van de biologische manier van dieren houden: “Als je de dieren soms helemaal genietend in de potstal ziet liggen, dan word je daar wel blij van. Er komen hier veel stadsmensen die even de stad ontvluchten. Ik heb wel eens gehad dat ze me kwamen halen omdat er een koe dood lag. Dat bleek niet het geval, dat beest lag gewoon helemaal ontspannen in het stro. Dat is mooi om te zien.”

Verdienen, ook met natuurbeheer

Dat er met biologisch toch gewoon een boterham te verdienen valt, blijkt wel uit de grote stal die op dit moment gebouwd wordt op De Koningshoeve. “Dat noemen we onze weidevogelstal,” grinnikt Gertjan. “We mogen voor de weidevogels 1,5 groot vee-eenheid (gve) per hectare weiden. Op dit moment weiden we echter maar 1 gve per hectare. We kunnen dus nog uitbreiden en dat gaan we ook doen. Als je zo’n stal dan een weidevogelstal noemt, heb je weer kans dat je er nog wat subsidie op krijgt.” Op het bedrijf wordt veel gedaan voor de weidevogels. “Ondanks dat we hier recht onder de Polderbaan zitten, er overal en nergens gas- en elektriciteitsleidingen lopen en het stuk doorsneden wordt door de A9 en een spoorlijn, zijn we een van de beste grutto- en watersnipgebieden van Nederland,” vertelt Gertjan trots. Op dit moment groeit de populatie grutto’s in het gebied zelfs. Om dat te bereiken heeft Gertjan heel wat maatregelen doorgevoerd. “Als we niet in een weiland hoeven te zijn, dan komen we er ook niet. Op die manier krijgen de vogels rust. Verder maaien we, in tegenstelling tot wat er vroeger gebeurde, op 15 juni niet in een keer al het land plat. We voeren een mozaïekbeheer en maaien dus, ook voor 15 juni, af en toe percelen. Kuikens houden helemaal niet van alleen hoog gras,” zo weet de boer. “Verder zorgen we voor ‘kuikenland’. Die stukken laten we extensief begrazen door de koeien. De pollen en sprieten die dan blijven staan, zijn ideale schuilplekken voor de gruttokuikens.”

Biologisch is in trek

“Biologisch begint bijna een hype te worden,” zo merkt Gertjan. “Je moet erg oppassen dat niet iedereen met je naam aan de haal gaat. Laatst belde er een bedrijf dat ze graag vlees van onze koeien tot balletjes wilden draaien en die door de soep wilden doen. Ook een krokettenmaker wilde onze naam gebruiken.” Gertjan voelde daar niet veel voor: “Als ze daar ons vlees voor gaan gebruiken, worden het heel dure kroketten. Ons vlees is van een te hoge kwaliteit om door de kroketten te draaien.”

Bron: Biologisch Ondernemen, zuivel en vlees. Tekst Kalle Heesen, lees hier het hele interview.

 
bottom