RegelgevingHet woord biologisch en alle afkortingen zoals bio en eko hebben een wettelijke beschermde status. Bij gebruik van dit woord moet het product voldoen aan de wettelijke op Europees niveau vastgestelde regels. Skal houdt in opdracht van de overheid toezicht op de naleving van deze regels. Ze doet dat door middel van inspectie, certificatie en sancties bij overtredingen. Meer informatie over de controle en de regelgeving op www.skal.nl. Als biologische vleeskuikenhouder moet u aan bepaalde voorschriften voldoen om biologisch pluimveevlees te kunnen leveren. Deze voorschriften gaan over de omschakeling van grond en dieren, voer, huisvesting, uitloop, voeding en gezondheidszorg. U kunt ze lezen in het Informatieblad Veehouderij van Skal of op deze site. Voorschriften biologische pluimveehouderijHier vindt u voor de biologische vleeskuikenhouderij de belangrijkste voorwaarden voor de uitloop, het management, de omschakeling, etc. op een rij. HuisvestingDe Europese wet- en regelgeving voor de huisvesting van biologische vleeskuikens is vastgelegd in verordeningen (EEG) n r. 834/2007 en Verordening (EEG) nr. 889/2008. Er zijn twee typen stallen toegestaan: vaste en mobiele stallen. In de mobiele stal is een hogere bezetting toegestaan dan in de vaste stal, mits de dieren ook 's nachts toegang hebben tot de uitloop en de stal minimaal eenmaal per jaar verplaatst wordt. Ook mogen mobiele stallen maximaal 150 m2 groot zijn. Mobiele stallen worden nauwelijks of niet in Nederland toegepast. Per pluimveestal zijn maximaal 4.800 vleeskuikens toegestaan, met een maximale nuttige bedrijfsgrootte van 1.600 m2 (oftewel 16.000 vleeskuikens). Voor biologische vleeskuikens is een buitenuitloop verplicht. De dieren moeten voldoende ruimte hebben om zich natuurlijk te kunnen gedragen. Tenminste een derde van het leefoppervlak van de pluimveestal moet bestaan uit vaste bodem. De vaste bodem moet bedekt zijn met strooisel (stro, turfmolm, houtkrullen). De stallen moeten openingen hebben waardoor het pluimvee toegang heeft tot de buitenuitlopen. Deze openingen moeten een totale lengte hebben van minimaal 4 meter per 100 m2 beschikbare leefruimte. De pluimveestallen moeten zo zijn ontworpen dat alle dieren gemakkelijk toegang hebben tot de uitloop. De stallen moeten ruimschoots voorzien zijn van daglicht en natuurlijke ventilatie.
OmschakelingVoordat u producten als biologisch in de handel mag brengen, moet de grond waarop u teelt omschakelen van gangbaar naar biologisch. De omschakeling van uitlopen en andere bewegingsruimtes in de open lucht voor pluimvee duurt één jaar. Deze periode wordt "omschakelingsperiode" genoemd. De omschakeling van de dieren duurt 10 weken voor vleespluimvee. Zij moeten aan alle voorwaarden voldoen. Dit betekent dat ook de uitlopen in omschakeling of biologisch moeten zijn. De startdatum waarop de omschakeling van de grond begint, is de datum waarop u bij Skal officieel staat geregistreerd. U heeft vanaf dat moment een certificatieovereenkomst met Skal. Vanaf de startdatum staat u onder controle van Skal en gaat de inspecteur na of u zich aan de voorschriften voor de biologische productie houdt. Als u een nieuw perceel aanmeldt (bijvoorbeeld na aankoop of bij omschakeling in fasen waarbij niet alle percelen gelijk starten) is de datum van aanmelding de startdatum. Meld het perceel dus aan direct na aankoop of na de laatste bespuiting of bemesting of andere behandeling. Wacht daarbij niet tot de inspecteur langskomt. U moet het perceel schriftelijk bij Skal aanmelden. Gebruik hiervoor het formulier "aan- en afmelden van percelen" (zie www.skal.nl, "formulieren") en voeg altijd een duidelijke perceelskaart toe. Verkorting van de omschakelingsperiodeAlleen voor percelen waarvan u kunt aantonen dat ten minste drie jaar geen 'niet-toegelaten' middelen zijn gebruikt, kunt u verkorting aanvragen. Skal eist hierbij officiële garanties, bijvoorbeeld een verklaring van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, provinciale natuurorganisaties of waterschappen. Voor verkorting van de omschakelingperiode heeft u toestemming (ontheffing) van Skal nodig. Een verzoek om verkorting van de omschakelingsperiode moet u schriftelijk indienen. Resten niet-toegelaten middelenBij omschakeling naar de biologische productie komt het nogal eens voor dat in opslagruimten resten van middelen worden aangetroffen die niet zijn toegestaan in de biologische productie. Zolang deze resten aantoonbaar in de opslagruimte aanwezig zijn, is het niet toegestaan daar een biologisch product op te slaan. Voor onderzoek kan Skal monsters nemen van de wanden van de opslagruimte. Herkomst van dierenIn de volgende gevallen verleent de inspecteur ontheffing voor de aanwezigheid of aanvoer van gangbare dieren tijdens de inspectie en hoeft u dit niet schriftelijk bij Skal aan te vragen:
Ter voorkoming van het gebruik van intensieve kweekmethoden moet het pluimvee bij de slacht een bepaalde minimumleeftijd hebben of moet het behoren tot traaggroeiende rassen. Een ras is traaggroeiend als de dieren die tot dit ras behoren dagelijks gemiddeld niet meer dan 40 gram groeien. De gemiddelde groei per dag is een betrouwbare indicator en is goed controleerbaar door middel van het aflevergewicht van de dieren. ManagementIngrepen als snavelkappen mogen in de biologische landbouw niet routinematig worden toegepast. Voor sommige van deze ingrepen kan de bevoegde autoriteit echter ad-hoc toestemming verlenen, wanneer de veiligheid in het geding is of wanneer dergelijke ingrepen gericht zijn op de verbetering van de gezondheid, het welzijn of de hygiëne van de dieren. Het gebruik van diergeneesmiddelen of van antibiotica voor preventieve behandelingen is verboden. Voor het reinigen en ontsmetten van gebouwen, installaties en gereedschappen voor de dierhouderij mag slechts gebruik worden gemaakt van de in bijlage III van de landbouwkwaliteitsregeling 2007 opgenomen producten. De pluimveestallen moeten telkens na het houden van een partij pluimvee worden leeggemaakt. De stallen en toebehoren moeten dan worden gereinigd en ontsmet. Bovendien moeten de uitlopen telkens na een ronde 30 dagen vrij worden gehouden om de vegetatie te laten aangroeien. De marktdeelnemers houden bewijsstukken inzake de toepassing van deze periode bij. Pluimvee dat binnen wordt gehouden als gevolg van beperkingen of verplichtingen, moet permanent toegang hebben tot voldoende hoeveelheden ruwvoer en geschikt materiaal om aan zijn ethologische behoeften te voldoen. UitloopPluimvee moet steeds gedurende minimaal 8 uur per dag vrije toegang hebben tot uitloop in de open lucht. Het pluimvee moet aantoonbaar gebruik maken van de gehele uitloop. Skal bepaalt niet hoe de pluimveehouder dit moet bereiken. De pluimveehouder moet aan de inspecteur aantonen dat de dieren de gehele uitloop gebruiken, op alle momenten waarop dat mogelijk is. De pluimveehouder moet zo nodig passende maatregelen nemen. De uitloop moet begroeid zijn, schuilmogelijkheden bieden en de dieren gemakkelijk toegang geven tot voldoende drink- en waterbakken. Het aantal dieren in de uitloop moet zo laag zijn dat geen verdrassing op kan treden. Vanaf een leeftijd van 6 weken hebben de kuikens toegang tot de uitloop. De buitenuitloop bedraagt minimaal 4 m2 per dier, is begroeid met gras met hier en daar bomen of andere beschutting. Soms wordt gebruik gemaakt van een betonnen vloer rond de stal. De aanwezigheid van bomen, een hogere buitentemperatuur en de afwezigheid van felle zon (bijvoorbeeld tijdens schemering) zijn factoren die het gebruik van de uitloop positief beïnvloeden. Bomen blijken aantrekkelijk te zijn voor de kuikens, mede omdat zij onder de bomen kunnen rusten en schuilen. Om een hoge uitval door roofdieren in de uitloop te voorkomen, moet de uitloop zijn voorzien van een goede afrastering om bijvoorbeeld vossen buiten te houden en voldoende beschutting te bieden tegen roofvogels. Ook het plaatsen van schuine spiegels, die het zonlicht reflecteren kan hierbij helpen. |
|
||
![]() |


