slogan_vervolg

Teelttechniek

Beheersen van ziekten en plagen

  • Biologische kwekers gebruiken robuuste rassen die minder gevoelig zijn voor ziekten en plagen.
  • Ruige perceelranden, hagen of bloemstroken stimuleren de aanwezigheid van nuttige insecten, zoals sluipwespen en lieveheersbeestjes. Deze insecten helpen de plagen onder controle te houden.
  • Als een te grote aantasting optreedt, is bestrijding met natuurlijke middelen zoals zwavel mogelijk. 

Natuurlijke bemesting

  • Met natuurlijke meststoffen wordt de bodemvruchtbaarheid op peil gehouden. Biologische dierlijke mest en compost geven hun voedingstoffen geleidelijk af aan de bodem.
  • Groenbemesters zoals klaver passen goed in de biologische bedrijfsvoering. Ze onderdrukken onkruid, houden stikstof vast en verbeteren de bodemstructuur.
  • Voor bijmesten is het raadzaam de 'Adviesbasis voor de bemesting van Boomkwekerijgewassen' van PPO aan te houden.

Sterke bomen

  • Biologisch geteelde bomen groeien langzamer dan gangbaar gekweekte bomen, omdat ze geen kunstmest krijgen.
  • Om de organische meststoffen beter op te kunnen nemen, ontwikkelen biologisch geteelde bomen en planten een uitgebreid wortelstelsel. Hierdoor zijn ze beter bestand tegen droogte en slaan ze goed aan. Ook onder minder gunstige omstandigheden.

Grondgebonden teelt

  • De biologische landbouw is grondgebonden. Uitgangspunt is dat alle gewassen in de bodem worden geteeld. Pottenteelt is dus in principe niet toegestaan in de biologische boomteelt.
  • Uitzondering: planten die met groeimedium en al verkocht worden, zoals rozen. Deze mogen wel tijdelijk in potten gehouden worden.
 
bottom