Omschakelen: rekenvoorbeelden uit de praktijk
Wanneer u overweegt om te schakelen naar een biologische bedrijfsvoering is inzicht in de financiële consequenties van het omschakelen heel belangrijk. Daarom kunt u op deze website kennismaken met de situatie bij enkele voorbeeldbedrijven. Het gaat om bedrijven uit verschillende gebieden in Nederland. De voorbeeldbedrijven telen verschillende gewassen en zijn niet allemaal even groot. Uiteraard is de financiële situatie van elk bedrijf uniek en kunnen de voorbeelden niet één-op-één naar uw eigen situatie worden vertaald. Toch kunnen de voorbeelden u tijdens de oriëntatie op biologisch ondernemen zeker op weg helpen, al blijft een berekening van uw eigen situatie natuurlijk essentieel.
1. Optimaal omschakelenWanneer u omschakelt, kiest u zelf binnen welke termijn dat gebeurt. Omschakeling gebeurt altijd per perceel. Het is belangrijk om slim om te schakelen. Dit houdt in dat percelen worden aangemeld op een moment dat het saldo van de laatste gangbare teelt er nauwelijks onder leidt. Ook is het belangrijk dat de omschakeldatum dusdanig valt dat de eerste biologische teelt zo snel mogelijk kan plaatsvinden. In de gekozen voorbeeldenbedrijven heeft de omschakeling gefaseerd plaatsgevonden. Fasering kan op vele verschillende manieren, maar in de praktijk varieert het tijdpad meestal tussen drie en acht jaar. Veelal wordt eerst met één perceel gestart om te wennen aan de andere teeltwijze. In de loop van het omschakelproces wordt dan voor grotere omschakelpercelen gekozen. Als een ondernemer binnen een korte periode om wil schakelen huurt hij extra (gangbaar) land waar hij zijn hoog salderende gangbare gewassen teelt. Hierdoor kunnen de kosten van het omschakelen opgevangen worden. Het meest gunstige tijdstip om grond aan te melden bij Skal is in het voorjaar. Ook in het najaar kan omgeschakeld worden, maar in dat geval moet u er voor zorgen dat de oogst van het eerstvolgende gewas 12 maanden na de omschakeldatum valt. De omschakelperiode voor gangbare grond is twee jaar.
Een perceel wordt op 1 maart 2009 aangemeld bij Skal. De grond schakelt gedurende twee jaar om. Op 1 maart 2011 is de grond biologisch. Gewassen die twee jaar na de omschakeldatum geplant of gepoot worden kunnen als biologisch afgezet worden. In dit geval kan alles wat na 1 maart 2011 gezaaid of geplant is als biologisch product verkocht worden (bron: Vakgroep Biologische landbouw, 2008). Nadat u de grond heeft aangemeld controleert Skal de percelen en zal deze erkennen als zijnde ‘in omschakeling’ en tenslotte als ‘biologisch’. Voor meer informatie over Skal kunt u terecht op de website www.skal.nl. In de biologische akkerbouw en vollegrondsgroententeelt staat vruchtwisseling aan de basis van een gezonde bodem en goede opbrengsten. Voor de beheersing van (bodemgebonden) ziekten en plagen en vanwege de noodzakelijke risicospreiding zijn een minimale gewasfrequentie van 1 op 6 nodig. Voor behoud en verbetering van de bodemvruchtbaarheid worden maaivruchten en rooivruchten afgewisseld. Beide maken 50% van het bouwplan uit. Een ondernemer kiest gewassen in het bouwplan vanwege het saldo, de effecten op de bodem, afzetmogelijkheden en persoonlijke voorkeuren. De volgorde van de vruchtwisseling is essentieel om ziekten te voorkomen en voor een optimale productie. Voordat een gewas als ‘biologisch’ erkend wordt, moet het afkomstig zijn van een perceel waarop 24 maanden volgens de biologische eisen is geteeld. Dit betekent onder andere dat geen chemische synthetische meststoffen of gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt. Alle gewassen die vanaf 12 maanden na omschakeldatum worden geoogst, zijn producten ‘in omschakeling’. Bij sommige producten wordt er door de leverancier meer betaald voor producten ‘in omschakeling’. Een voorbeeld is tarwe: ‘omschakel-tarwe’ mag aan biologisch vee worden gevoerd. De teler ontvangt daarom een hogere prijs voor zijn omschakelingsproduct. 2. RekenmethodiekWanneer u de voorbeeldbedrijven bekijkt, ziet u de economische gevolgen van het omschakelen op basis van het opbrengstsaldo van de gewassen. Tabel 1 geeft de verklaring van de gebruikte termen in deze voorbeeldberekening. Om een kostprijsberekening te maken zijn ook de vaste kosten (onafhankelijk van de productieomvang zoals afschrijvingen en het loon van de ondernemer) en de variabele kosten (die variëren met de productomvang, zoals onderhoud van machines, energie en hulpstoffen) nodig. Deze kosten zijn zo bedrijfsspecifiek dat ze bij de voorbeeldbedrijven niet worden gepresenteerd. In de voorbeelden vindt u daarom alleen de gewassaldo’s inclusief gewasgebonden arbeid. Vaste kosten kunnen na omschakeling stijgen door bijvoorbeeld aanschaf van nieuwe machines of aanpassingen aan gebouwen. Variabele kosten blijven bij omschakeling over het algemeen ongeveer gelijk. De biologische boer gebruikt bijvoorbeeld geen brandstof meer voor de spuitmachine, maar moet wel vaker het veld in om onkruid te bestrijden. In het jaar van omschakelen wordt een gewas gekozen met een laag saldo of een makkelijke teeltwijze. Suikerbiet is bijvoorbeeld een geschikt gewas om te beginnen met omschakelen. In het jaar erna kan een veevoedergewas worden verbouwd (bijvoorbeeld graan). Dit heeft voordelen ten aanzien van de bodemstructuur en beheersing van ziekten en plagen. In het tweede jaar na omschakeling (24 maanden na de omschakeldatum) kan dan al een biologische teelt op het perceel geplant, gezaaid of gepoot worden. Het is verstandig goed over dit traject na te denken om zo snel mogelijk met de meest lucratieve gewassen om te schakelen. Het is niet toegestaan tijdens de omschakeling parallelteelten te hebben (teelten die zowel gangbaar, in omschakeling of biologisch geteeld worden). Bij de voorbeeldberekeningen is uitgegaan van vaste prijzen en opbrengsten van de biologisch gewassen. U vindt deze prijzen en opbrengsten in tabel 2: Experts en ketenpartijen hebben de prijzen en hoeveelheden die in de tabel zijn beschreven gezamenlijk vastgesteld. Dit is gebeurd op basis van ervaringen uit het verleden en verwachtingen naar de toekomst. Er is per seizoen en jaar grote variatie in de prijs die een ondernemer voor zijn product ontvangt. 3. Bronnen- Melgers, J., Biologische akkerbouw Handleiding, achtergrond en praktijk. Van Arkel uitgeverij Utrecht, 1993. - PPO bedrijfssystemen, Biologische Akkerbouw, centrale zeeklei. Wageningen, 2002. - Vakgroep Biologische landbouw, “Slim omschakelen naar de biologische landbouw”. 2008. |
![]() |


